Heleen Mees, De verzorgingsstaat verstikt migranten:
“Precies zoals White het meer dan een halve eeuw geleden voorspelde, vind je op steenworp afstand van mijn huis in New York een deli, een stomerij, een bakker, een Starbucks, een kledingmaker, een nagelstudio, een slijterij, een bloemenstalletje en een parkeerservice. De winkels zijn de hele week tot negen uur ’s avonds open en de deli zelfs dag en nacht. Nannies zorgen voor de kinderen in de buurt en dogwalkers laten de honden uit. Koeriersdiensten en taxi’s rijden af en aan. Volgens White is er in New York om de paar blokken wel een Main Street, een dorpsstraat. De straat waar ik woon heet toevallig ook echt Main Street.”
(…)
“Als ik in Amsterdam ben valt het me telkens opnieuw op wat voor gesegregeerde samenleving het is. Terwijl ik in New York voortdurend in aanraking kom met mensen in allerlei soorten, kleuren en maten, heb ik in Amsterdam hoofdzakelijk van doen met mensen die net als ik blank en hoogopgeleid zijn. Alleen bij de Albert Heijn en C1000 krijg ik soms de kans om een paar woorden te wisselen met meisjes met hoofddoekjes die achter de kassa zitten.”
(…)
“In Nederland is er als gevolg van de verzorgingsstaat een overschot aan laagopgeleiden. Of, zoals Hannah Arendt het zou zeggen, „er is te weinig arbeid om ze tevreden te stellen”. In een verzorgingsstaat worden laagopgeleiden gedwongen tot inactiviteit. Ze krijgen daardoor niet de kans om hun eigen individualiteit tegenover andere mensen kenbaar te maken. Of om het iets minder deftig te zeggen: laagopgeleiden wordt in Nederland de mogelijkheid ontnomen om zichzelf te verwezenlijken.”





