“X. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
„Wat schiet je op met verlangen? Je moet het doen of je moet het niet doen. Ik heb een betekenis achter willen laten, onsterfelijk willen worden. Daar heb je niets aan als je dood bent – Beethoven is onsterfelijk voor iedereen, behalve voor zichzelf – maar het is voor nu wel een prettige gedachte.(…)”"
Tien Geboden: Harry Mulisch
December 24th, 2007 · Comments Off
Comments OffTags: harry mulisch,literature,religion






